Our Blog

Retail clinic

Ooit gehoord van een ‘retail clinic’ of ‘supermarktkliniek’? Ik ook niet, tot ik recent het verhaal hoorde van Ateev Mehrota van RAND over ‘Health Care on Aisle 7’, vrij vertaald: ‘Gezondheidszorg in de supermarkt’. In de Verenigde Staten blijkt al geruime tijd een aantal kleine klinieken te zijn gestationeerd in winkelketens als Walmart en de CVS. Ze worden gerund door een ‘nurse practitioner’ en je kunt er zo binnenlopen om na 20 minuten weer lekker verder winkelen (‘one stop access’).

One stop shop

Wat gebeurt er in die 20 minuten? Bij binnenkomst hangt er een ‘menu’ waarop je precies kan zien voor welke medische zaken je hier terecht kunt en wat het kost. Veel kleine kwalen (allergie, keelpijn, bovenste luchtweginfectie, blaasontsteking) en prijzen varierend tussen $59 en $89. Je kunt er ook terecht voor bloeddruk- en cholesterolmeting, voor vaccinaties en keuringen en voor het verwijderen van een wrat. De verpleegkundige werkt met strakke protocollen.

Er bestaat een grote overlap met de werkzaamheden van de huisarts en dan vooral voor wat betreft het protocollaire en dus ‘eenvoudige’ gedeelte. Ook levert een aantal van deze supermarktklinieken inmiddels chronische zorg aan diabetes patiënten. In 2009 werden er maar liefste 6 miljoen bezoeken afgelegd aan deze klinieken.

De consument

Wie maakt er gebruik van? Uit retrospectief cohort onderzoek van commerciele verzekeringclaims (Ashwood et al, Am J Manag Care. 2011) blijkt dat het vooral gaat om vrouwen, jong volwassenen, patiënten met een chronische aandoening en die met een hoog inkomen. Een belangrijke voorspeller of iemand naar een supermarktkliniek gaat is de afstand tot de kliniek (<1 mile). Overigens zijn niet alle klinieken commercieel; een aantal non-profit organisaties is er inmiddels ook mee gestart (Geisinger, Mayo Clinic).

De voors en tegens

De voorstanders zeggen dat deze vorm van zorg een goede ontwikkeling is. Zo zorgen de klinieken ervoor dat niet-verzekerden eerder hulp zoeken omdat de prijzen beduidend lager zijn, bieden ze laagdrempelige zorg en zal het aantal bezoeken aan spoedeisende-hulpafdelingen (SEH) erdoor afnemen.
De ‘American Association for Physicians’ is het hiermee niet eens. Zij zien de klinieken als een bedreiging voor artsen omdat de zorg geleverd wordt door verpleegkundigen en zien het als een vorm van ‘cherry picking’. De officiële tegenargumenten zijn dat ze de relatie tussen de patient en diens vaste (huis)arts ondermijnen, dat er minder preventieve activiteiten worden aangeboden en dat er onnodige follow-up zal plaatsvinden waardoor de kosten juist zullen toenemen. Bovendien is men van mening dat de kwaliteit van de geboden zorg minder zou zijn, waardoor het risico ontstaat op het missen van diagnoses en het vaker voorschrijven van antibiotica.
Dat laatste argument wordt overigens niet bevestigd in een wetenschappelijk onderzoek (Mehrotra A et al, Ann Intern Med. 2009) waarin de kosten en kwaliteit van zorg voor drie aandoeningen (otitis media, pharyngitis en urineweginfectie) wordt vergeleken bij ‘retail clinics’, de huisarts en op de SEH. Het aantal antibioticavoorschriften was gelijk en het preventieve aanbod was even goed als dat van de huisarts, terwijl de SEH slechter scoorde op beide aspecten. De patiënttevredenheid bij de bezoekers van de ‘supermarktkliniek’ was groot.

De eigen huisarts

Inmiddels woont 38% van de mensen die in een stad wonen in de Verenigde Staten binnen 10 minuten (rijden) van een supermarktkliniek en gaat het lang niet altijd om plaatsen waar sprake is van een ‘Health Professional Shortage’, zoals in Nederland Oost-Groningen. Wel blijkt dat 2/3 van de bezoekers geen eigen huisarts heeft. Bij degenen die dat wel hebben ondermijnt het bezoek van een supermarktkliniek in enige mate de relatie met de huisarts – ook dit is onderzocht – alhoewel de meeste patiënten meestal wel terugkeren bij hun huisarts. De communicatie tussen supermarktkliniek en de huisarts is niet geformaliseerd; men krijgt een ‘print-out’ mee van het bezoek en als de kliniek deel uitmaakt van een grotere gezondheidszorgorganisatie, zoals de Mayo Health Clinic dan wordt in een gezamenlijk electronische patienten dossier gewerkt. Overigens vergoeden veel verzekeraars een deel van de kosten van het bezoek aan een retail clinic en betaalt de patiënt daarnaast een eigen bijdrage – het zogenaamde ‘co-payment’.

Vraag en aanbod

Voorziet de supermarktkliniek nu in een behoefte en vullen ze een ‘gat’, of creëren ze juist een toegenomen zorgvraag? De getallen wijzen in de richting van het laatste: 63% van de bezoeken zouden anders niet hebben plaatsgevonden en slechts 37% diende ter vervanging van een regulier arts- of SEH-bezoek. Uiteindelijk werkt het met deze supermarktklinieken kennelijk net als met winkelen: je eindigt altijd met spullen in je tas die je niet van plan was te kopen, en vaak ook niet echt nodig hebt!

De les

Wat kunnen we hier in Nederland van leren? Bij ons zouden de bestaande gezondheidscentra bijvoorbeeld kunnen gaan werken met kleine satellietposten op plaatsen waar weinig eerstelijnszorg voorhanden is, met een verpleegkundige als vooruitgeschoven post. In wijken waar wel een gezondheidscentrum of huisarts is gevestigd heeft een supermarktkliniek waarschijnlijk weinig toegevoegde waarde en zal het vooral de vraag naar zorg doen toenemen. Wel kunnen deze gezondheidscentra en huisartsen mogelijk een deel van hun diensten delegeren naar verpleegkundigen of praktijkondersteuners, in ruil waarvoor ze tevreden patiënten krijgen, een gelijkwaardige kwaliteit van zorg en afgenomen kosten.

Comments ( 0 )

    Leave A Comment

    Your email address will not be published. Required fields are marked *